1.14. NATIONALE WETGEVING

1.14. NATIONAL LAW 

  • 1.14.1 ILT  (Inspectie Leefomgeving en Transport)
  • 1.14.2 De Luchtvaartwet
  • 1.14.3 De wet Luchtvaart (WLV)
  • 1.14.4 Besluit Luchtverkeer 2014
  • Samenvatting

De luchtvaartwetten van een land gelden voor alle burgerluchtvaartuigen die in dat land staan ingeschreven. Voor Nederland dus voor alle PH-geregistreerde vliegtuigen. Die regels gelden ook als een PH-geregistreerd vliegtuig in het buitenland vliegt. Daar moet dat vliegtuig voldoen aan de Nederlandse regels en de buitenlandse regels van dat land voor zo ver die regels niet strijdig zijn met elkaar. Een Duits-geregistreerd vliegtuig in Nederland moet voldoen aan de Duitse regels en aan de Nederlandse.

1.14.1 ILT (INSPECTIE LEEFOMGEVING EN TRANSPORT)

De EU-wetgeving vervangt steeds meer de Nederlandse wetgeving. ILT houdt toezicht op de naleving van veiligheid- en milieuwetten en regels voor de luchtvaart. ILT zorgt voor de uitvoering en de controle op de naleving van de regelgeving die van ICAO, EASA en de Nederlandse overheid komt.

1.14.2 DE LUCHTVAARTWET

We kennen in Nederland de oudere luchtvaartwet uit 1958 en de nieuwe Wet Luchtvaart (WLV). Momenteel zitten we in een overgangsfase. De Wet Luchtvaart komt in de plaats van de Luchtvaartwet. Stap voor stap worden onderdelen van de luchtvaartwet overgeplaatst naar de Wet Luchtvaart. Wanneer je op de luchtvaartwet klikt dan zie je dat bijna alles al vervangen. is. De Luchtvaartwet wordt leeggehaald en de inhoud krijgt een nieuwe plaats in de Wet luchtvaart.

Hier zie je een aantal voorschriften die nog in de Luchtvaartwet staan. Zie: http://wetten.overheid.nl en dan bij zoeken invullen: luchtvaartwet. Je ziet daar dat bijna alles vervallen is, maar bij de volgende artikelen staat:

  • Luchtvaartwet Artikel 9
    Ten aanzien van het in luchtwaardige toestand houden van Nederlandse luchtvaartuigen worden de bewijzen van bevoegdheid afgegeven, geschorst of ingetrokken door Onze Minister en wel, voor wat burgerluchtvaartuigen betreft, naar regelen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Voorts kan Onze Minister bewijzen van gelijkstelling van buitenlandse bewijzen van bevoegdheid afgeven, schorsen en intrekken, naar regelen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
  • Luchtvaartwet Artikel 17
    1 Het is verboden luchtvaartvertoningen of luchtvaartwedstrijden te houden zonder vergunning van Onze Minister.
    2 Het is verboden boven Nederland deel te nemen aan een vertoning of wedstrijd als bedoeld in het eerste lid, waarvoor geen vergunning is verleend.
    3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven waaraan bij het aanvragen van een vergunning tot het houden van een luchtvaartvertoning of een luchtvaartwedstrijd en bij het houden van zodanige vertoning of wedstrijd moet worden voldaan.

1.14.3 DE WET LUCHTVAART (WLV)

Belangrijke punten uit de Wet Luchtvaart

  • Artikel 2.1
    1 Het is verboden een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of een mobiel station in de luchtvaartmobiele band, waarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet of de Wet telecommunicatievoorzieningen BES, te bedienen zonder het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid of geldige bewijs van gelijkstelling.

Bewijzen van bevoegdheid en medische verklaring (WLV:art.2.1:1)  

Om een luchtvaartuig te besturen of de radio te bedienen heb je een bewijs van bevoegdheid of een bewijs van gelijkstelling nodig en een geldige medische verklaring. De Nederlandse overheid verstrekt die bewijzen of wijst de bevoegde autoriteit aan die die bewijzen afgeeft.

Opmerking: Voor het zweefvliegen mag je de volgende frequenties (kanaal nummers) zonder bewijs van bevoegdheid van RT gebruiken: 122.480 MHz,122,505 MHz, 123.355 MHz, 123.380 MHz, 123.505 MHz, 129.980 MHz en 130.130 MHz. Zie: https://www.agentschaptelecom.nl/onderwerpen/luchtvaart/luchtballons-zweefvliegtuigen-of-ultralight-vliegtuigen 

Afgifte bewijzen van bevoegdheid (WLV: Art.2.2)

ILT geeft en bewijs van bevoegdheid af wanneer de aanvrager beschikt over:

  1. een geldige medische verklaring
  2. voldoende kennis, bedrevenheid en ervaring
  3. voldoende onderricht heeft genoten aan een erkende, gekwalificeerde of geregistreerde opleidingsinstelling

Een bewijs van bevoegdheid voor zweefvliegen wordt afgegeven voor onbepaalde tijd. Een medische verklaring is niet geldig zolang je ziek bent en je mag niet deelnemen aan het vliegbedrijf wanneer jouw lichamelijke of geestelijke gesteldheid de veiligheid van het luchtverkeer in gevaar in gevaar kan brengen. Dit geldt ook voor het gebruik van alcohol, drugs en medicijnen die de vaardigheid van het vliegen kunnen beïnvloeden. Tien uur voor het deelnemen aan het zweefvliegbedrijf en het zweefvliegen mag geen alcoholhoudende drank worden gebruikt.

Bijhouden logboek WLV Art. 2.10)

Elke zweefvlieger en leerling zweefvlieger moet een bijgewerkt logboek hebben. In het logboek mogen geen onjuiste gegevens gezet worden. Je mag het niet vernietigen of beschadigen. 

Nationalitietskenmerken, inschrijvingskenmerk, type-certificaat en geluidscertificaat (WLV: Art.3)

Een luchtvaartuig moet beschikken over:

  • nationaliteitskenmerken, er moet een, op de juiste manier aangebracht, PH-nummer zichtbaar zijn of een nationaliteitskenmerk van een ander land;
  • een geldig bewijs van inschrijving;
  • geldig bewijs van luchtwaardigheid
  • geldig geluidscertificaat (dit geldt alleen voor vliegtuigen die voor het starten gebruik maken van de motor).

Onderhoud 

  • De houder van een luchtvaartuig moet zijn luchtvaartuig luchtwaardig houden en zo onderhouden of laten onderhouden dat het de luchtwaardigheid behoudt. Het is verboden om zonder toezicht onderhoud aan burgerluchtvaartuigen te verrichten indien het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid ontbreekt [WLV: art.3.30:2]. In het onderhoudsprogramma, Approverd Maintance Program (AMP), staat, welke werkzaamheden een eigenaar /houder zelf mag uitvoeren. 
  • De houder volgt de door EASA en door ILT gegeven aanwijzingen met betrekking tot de luchtwaardigheid op.

Vluchten tegen vergoeding (WLV: Art.44.1)

Het is verboden met luchtvaartuigen vluchten tegen een vergoeding uit te voeren zonder een door ILT afgegeven AOC (Air Operator Certificate).

 

1.14.4 BESLUIT LUCHTVERKEER 2014

In 2014 heeft de Nederlandse overheid het Besluit Luchtverkeer 2014 vastgesteld. Dit was nodig omdat door de Standardised European Rules of the Air (SERA) aanpassing van de Nederlandse wetgeving nodig was. 

SERA is in de lidstaten van de EU direct bindend en hoeft niet omgezet te worden in Nederlandse wetten. SERA biedt echter in bepaalde gevallen nog ruimte voor nadere invulling of uitwerking door een staat, mits die aanpassingen niet in strijd zijn met SERA. Je vindt die aanpassingen in het Besluit Luchtverkeer 2014.

Hieronder tref je uit het Besluit Luchtverkeer 2014 die besluiten waar zweefvliegers van op de hoogte behoren te zijn.

Artikel 1 Begripsbepalingen:

  • daglichtperiode: het gedeelte van het etmaal tussen vijftien minuten voor zonsopgang en vijftien minuten na zonsondergang zoals geldt voor de positie 52°00’ N en 05°00’ O op zeeniveau;
  • transponder: radarbeantwoordingssysteem met informatie over de identiteit en eventueel de hoogte van het luchtvaartuig.; Bij regeling van Onze Minister kunnen delen van het luchtruim met vastgestelde afmetingen worden benoemd tot Transponder Mandatory Zones waarbinnen het meenemen en gebruiken van drukhoogterapporterende transponders verplicht is.

Artikel 10. Afwerpen of sproeien
1 Het is verboden voorwerpen of stoffen af te werpen of te sproeien tijdens de vlucht.
2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op het afwerpen of sproeien van:

  1. los zand;
  2. water;
  3. stoffen ter bevordering of ter bescherming van het milieu, dan wel de land-, tuin-, of bosbouw;
  4. voorwerpen waarvan de massa niet meer is dan 200 gram per voorwerp;

Artikel 11. Slepen
1 Het is verboden een luchtvaartuig of ander voorwerp tijdens de vlucht te slepen.
2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de vluchten waarbij een zeilvliegtuig of zweefvliegtuig wordt gesleept.

Artikel 13. Kunstvluchten
1 Het is verboden kunstvluchten uit te voeren.
2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op:

b. vluchten uitgevoerd onder zichtweersomstandigheden indien de gezagvoerder van het luchtvaartuig verscherpte waakzaamheid betracht met het doel botsingsgevaar tijdig te kunnen onderkennen en de voorgeschreven maatregelen tot het vermijden van botsingen tijdig te kunnen nemen en indien:

1°. op een zodanige horizontale of verticale afstand van gebieden met aaneengesloten bebouwing of mensenverzameling wordt gevlogen dat bij het uitvoeren van de vlucht, bedoeld in het eerste lid, personen of zaken op het aardoppervlak niet in gevaar kunnen worden gebracht, en

2°. het luchtvaartuig niet een voorwerp of ander luchtvaartuig in de lucht sleept of geen valschermspringers naar het afspringpunt brengt.

Artikel 18. Zichtvliegvoorschriften
1 Het uitvoeren van een VFR-vlucht buiten de daglichtperiode is verboden.
2 Onze Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder de voorwaarden van paragraaf SERA.5005, onder c, van de bijlage bij verordening (EU) nr. 923/2012. Aan de vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. De vrijstelling of ontheffing kan onder beperkingen worden verleend.
3 Het is verboden in strijd te handelen met de voorschriften, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 19. Minimum vlieghoogte
1 De minimumvlieghoogtes, bedoeld in deel 3, hoofdstuk 1, en deel 5 van de bijlage bij verordening (EU) nr. 923/2012 zijn niet van toepassing:

  1. op VFR-vluchten waarbij een sleep wordt aangehaakt of afgeworpen boven een luchthaven;
  2. op VFR-vluchten waarbij stoffen ter bevordering of bescherming van het milieu dan wel de land-, tuin-, of bosbouw te bestemder plaatse worden uitgeworpen;
  3. op VFR-vluchten waarbij naderingsprocedures buiten luchthavens worden beoefend boven nader door Onze Minister aan te wijzen gebieden;
  4. op vluchten met schermzweeftoestellen, zeilvliegtuigen en zweefvliegtuigen boven nader door Onze Minister aan te wijzen strand- en duingebieden;
  5. boven nader door Onze Minister aan te wijzen routes en gebieden, voor zover deze routes en gebieden geen aangesloten bebouwing, industrie- of havengebied dan wel mensenverzameling betreffen.

Samenvatting Luchtvaartwet

  • ILT geeft bewijzen van luchtwaardigheid uit en kan die schorsen.
  • Voor een luchtvaartvertoning en voor een wedstrijd moet je eerst toestemming aanvragen

Samenvatting Wet Luchtvaart:

  • Om een luchtvaartuig te besturen of de radio te bedienen heb je een bewijs van bevoegdheid of een bewijs van gelijkstelling nodig en een geldige (LAPL, medical klasse 1 of klasse 2) medische verklaring. De Nederlandse overheid verstrekt die bewijzen of wijst de bevoegde autoriteit aan die die bewijzen afgeeft.
  • ILT geeft bewijzen van bevoegdheid voor zweefvliegen af voor onbepaalde tijd
  • Een zweefvlieger moet een bijgewerkt logboek kunnen laten zien.
  • Een zweefvliegtuig moet over een juist aangebrachte nationaliteitskenmerk en registratie beschikken.
  • De eigenaar van een zweefvliegtuig moet zijn luchtvaartuig luchtwaardig houden aan de hand van een onderhoudsprogramma door of onder toezicht van een bevoegd technicus.
  • Het is verboden met zweefvliegtuigen vluchten tegen een vergoeding uit te voeren zonder een door ILT afgegeven AOC.

Samenvatting Besluit Luchtverkeer 2014:

  • Je mag zweefvliegen tijdens de daglichtperiode en die is in Nederland van een kwartier voor zonsopgang tot een kwartier na zonsondegang.
  • Je mag vanuit een zweefvliegtuig alleen water lozen.
  • Een zweefvliegtuig mag gesleept worden.
  • Bij een horizontale sleep is de minimumvlieghoogte 425 meter. 
  • De minimumvlieghoogten zijn niet van toepassing voor zweefvliegtuigen boven bepaalde strand-en duingebieden.