1.1 INTERNATIONALE REGELGEVING EN ORGANISATIES

1.1. INTERNATIONAL LAW: CONVENTIONS, AGREEMENTS AND ORGANISATIONS

Hoofdstuk 1.1 beschrijft de internationale regelgeving. De nationale regelgeving komt volgens de indeling van EASA pas bij hoofdstuk 1.14 aan de orde. Aangezien je die kennis nodig hebt voor de bestudering van hoofdstuk 1.2, 1.3, 14, enzovoort staat aan het eind van H.1.1 een overzicht van de Nationale wetgeving, 

De indeling van dit hoofdstuk ziet er alsvolgt uit:

  • 1.1.1 ICAO
  • 1.1.2 Eurocontrol
  • 1.1.3 JAA
  • 1.1.4 EASA
  • 1.1.5 Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)
  • 1.1.6 Nationale wetgeving. 
  • Samenvatting.

De voorschriften voor de luchtvaart hebben niet alleen in Europa maar ook in de hele wereld een sterk internationaal karakter. De regels zijn in bijna alle landen behoorlijk gelijk. Op de afbeelding hieronder zie je van boven naar beneden welke organisaties zich bezig houden met luchtvaartregelgeving. 

De zweefvliegclubs in Nederland zijn lid van de KNVvL-Afdeling zweefvliegen. De afdeling zweefvliegen is lid van de EGU (European Gliding Union), een organisatie met meer dan 80.000 zweefvliegers en 20.000 vliegtuigen. De EGU heeft invloed op de totstandkoming van regels bij EASA (European Aviation Safety Agency)

De KNVvL-afdeling Zweefvliegen is een afdeling van de KNVvL (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart). De KNVvL heeft via EAS (Europe Airsports) ook invloed op de regelgeving bij EASA.

De landen in de wereld zijn lid van ICAO (International Civil Aviation Organization). Daar worden regels gemaakt die voor alle landen gelden. Eurocontrol en EASA regelen de zaken voor de lidstaten van de EU. ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) zorgt er voor dat de regels van ICAO en EASA in Nederland worden uitgevoerd.

1.1.1 ICAO

ICAO is de Internationale burgerluchtvaartorganisatie die op basis van het verdrag van Chicago (1944) werd opgericht. ICAO is opgericht in 1947 en is gevestigd in Montreal. Het is een organisatie van de VN (Verenigde Naties) voor de coördinatie en de regelgeving van het internationaal luchtverkeer. Het hoofddoel van ICAO is het bevorderen van een veilige internationale luchtvaart.

De landen hebben afgesproken dat elk land volledig de baas is over het luchtruim boven zijn gebied en zijn territoriale wateren. Het luchtruim boven een land mag alleen voor internationale vluchten gebruikt worden na voorafgaande toestemming. De landen die aangesloten zijn bij ICAO, verlenen elkaar toestemming voor burgervluchten in hun luchtruim. Voor die landen is er dus geen toestemming vooraf nodig, maar de deelnemende landen kunnen wel regels en voorwaarden stellen aan de vliegtuigen die gebruik maken van hun luchtruim, zoals bijvoorbeeld het indienen van een vliegplan (zie: 1.8 LUCHTVERKEERSDIENSTEN EN VERKEERSLEIDING). Ook mag een land de luchtvaart in delen van zijn luchtruim verbieden of beperken.

Op dit moment zijn er 191 landen die het verdrag hebben ondertekend. Daarmee verklaren ze dat ze de Normen en Aanbevolen Werkwijzen (Standards and Recommended Practices, SARP's)  in hun land zo goed mogelijk zullen overnemen. 

ICAO maakt voorstellen voor internationale luchtvaartregeling, de zogenaamde SARP's en wanneer deze worden opgenomen in de wetgeving van de aangesloten landen, dan zijn ze bindend. De SARP's worden vastgelegd in Annexen (bijlagen) bij het verdrag van Chicago. Er zijn 19 annexen:

  1. Personnel Licensing (Bewijzen van bevoegdheid)
  2. Rules of the Air (Luchtverkeersregels)
  3. Meterological Service for International Air Navigation (Meteorologische dienstverlening)
  4. Aeronautical Charts (Luchtvaartkaarten)
  5. Units of Measurement to be Used in Air and Ground Operations (Eenheden)
  6. Operation of Aircraft (Vluchtuitvoering)
  7. Aircraft Nationality and Registration Marks (Vliegtuig-nationaliteit en registratie kenmerken)
  8. Airworthiness of Aircraft (Luchtwaardigheid)
  9. Facilitation (Douanevoorzieningen)
  10. Aeronautical Telecommunications (Luchtvaart telecommunicatie)
  11. Air Traffic Services (Luchtverkeersdiensten)
  12. Search and Rescue (Opsporing en redding
  13. Aircraft Accident Investigation (Onderzoek van ongevallen)
  14. Aerodromes (Luchthavens)
  15. Aeronautical Information Services (Luchtvaart informatie diensten)
  16. Environmental Protection (Bescherming van het millieu)
  17. Security - Safeguarding International Civil Aviation against Acts of Unlawful Interference (Veiligheid en kapingen)
  18. Safe Transport of Dangerous Goods by Air (Vervoer gevaarlijke stoffen)
  19. Safety Management (Veiligheidsmanagement)

Zo geeft ICAO in annex 1 ook regels voor het zweefvliegen. Zie ICAO-eisen voor het zweefvliegen

De aangesloten ICAO-landen nemen de voorstellen van ICAO over of geven aan ICAO door op welke punten zij daarvan afwijken. Deze afwijkingen (differences) moeten ook in de AIP, die elk land uitgeeft (zie 1.9 Luchtvaart Informatie Diensten), vermeld worden. 

1.1.2 EUROCONTROL

EUROCONTROL (de European Organisation for the Safety of Air Navigation) is een Europese organisatie met als voornaamste doel het ontwikkelen van een pan-Europees luchtverkeersleidingssysteem. Dit project staat ook wel bekend als de Single European SkyDe organisatie heeft momenteel 41 lidstaten. Het hoofdkwartier van EUROCONTROL ligt in de buurt van Brussel. Eén van de bekendste afdelingen is het Maastricht Upper Area Control Center (MUAC) in Beek (naast Maastricht), van waaruit het luchtverkeer boven FL245 in de Benelux en een groot gedeelte van Duitsland wordt begeleid. Aangezien zweefvliegers niet in dit luchtruim komen, hebben ze niets met Eurocontrol te maken.

1.1.3 JAA

Nederland is een land met heel veel internationale handel. Luchtvaart is een grensoverschrijdende bezigheid. Samenwerking met andere landen en gelijke regels zijn heel belangrijk. In de jaren negentig van de vorige eeuw groeide de Europese samenwerking op luchtvaartgebied uit tot de JAA (Joint Aviation Authorities). De  JAA, opgericht in 1990, was een instelling van de gezamenlijke luchtvaartautoriteiten van de Europese Unie. Het is de voorloper van EASA.  Het kantoor was gevestigd in de Nederlandse plaats Hoofddorp. De JAA-regelgeving is ondertussen overgegaan in EASA-regelgeving. De afspraken die de JAA-landen maakten werden JAR's genoemd. De besluiten van de JAA-landen moesten nog wel door elk parlement apart worden goedgekeurd. de JAR’s zijn inmiddels vervangen door EASA Certification Specifications (CS) met dezelfde nummers. Zo regelde JAR-22 de eisen waar zweefvliegtuigen en motorzwevers aan moeten voldoen en die staan nu in CS-22

1.1.4 EASA

In 2002 is EASA opgericht. Het is een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart.

EASA is een orgaan van de Europese Unie met regelgevende en uitvoerende taken op het gebied van de luchtvaartveiligheid.  EASA zorgt voor een gemeenschappelijke luchtvaartregelgeving voor de Europese Unie.

EASA zit in Keulen en valt rechtstreeks onder de EU. De besluiten van EASA hoeven niet meer door de parlementen van de EU-landen goedgekeurd te worden. De NAA (National Aviation Authorities), dus de nationale luchtvaartautoriteiten, moeten de EASA-regelingen in hun land invoeren. In Nederland gebeurt dat door ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) een agentschap (zelfstandig onderdeel) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Een nieuw voorstel voor regelgeving bij EASA komt als volgt tot stand:

  • Eerst wordt een NPA (Notice of Proposed Amendment), een kennisgeving van een voorgestelde wijziging, opgesteld. Dit voorstel komt op de website van EASA te staan en iedereen kan daar commentaar op leveren en wijzigingen voorstellen die dan verwerkt worden in het voorstel.
  • Vervolgens gaat het eindresultaat naar de Europese Commissie of het wordt een publicatie door EASA. Zo'n EASA-besluit heet een AMC (Acceptable Means of Compliance).  Zie bijvoorbeeld Acceptable Means of Compliance and Guidance Material to Part-MED, Hierin staat o.a. aan welke medische eisen zweefvliegers bij een medische keuring moeten voldoen. Guidance Material geeft een toelichting op een regeling. De Acceptable Means of Compliance beschrijven in detail hoe aan de regeling moet worden voldaan.
  • Wanneer het voorstel naar de Europese Commissie gaat, dan kunnen de Europese Ministers van Verkeer en het Europese Parlement nog wijzigingen voorstellen. Na goedkeuring van het Europese parlement en de Raad wordt het een Europese verordening. 

Elke Europese verordening heeft een nummer en een jaartal. Hieronder zie je een paar. Door de verordening met het nummer en het jaartal in google in te typen, kom je bij de officiële tekst. 

  • De Verordening (EU) Nr. 2320/2002tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart, ligt aan de basis van de oprichting van EASA (European Aviation Safety Agency).
  • Verordening (EU) Nr. 216/2008 Deze verordening betreft de gemeenschappelijke regels over de productie en het onderhoud van luchtvaartuigen, de bemanning van luchtvaartuigen, de luchtvaartterreinen en de luchtverkeersleiding. In deze verordening zijn ook de taken, de bevoegdheden en de organisatie van EASA geregeld en de verordening wordt daarom Basic Regulation genoemd. 
  • Verordening (EU) Nr. 1178/2011 (Air Crew). Zorgt voor voorschriften voor de opleiding, het verkrijgen van vliegbrevetten en het verlengen ervan e.d...
  • Verordening (EU) Nr. 748/2012 (Gaat over de Initial airworthiness). Deze verordening regelt het vaststellen van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties.
  • De Verordening (EU) Nr. 923/2012 van de Europese Commissie stelt dat vanaf 4 december 2014 de nationale reglementering verplicht conform moet zijn aan SERA (Standardised European Rules of the Air). Zie: 1.5. LUCHTVAARTREGELS 
  • De Verordening (EU) Nr. 376/2014 legt de regels vast voor het melden van voorvallen, de analyse en de opvolging en de Uitvoeringsverordening (EG) 2015/1018 omvat een lijst van de voorvallen die verplicht moeten worden gemeld. Zie 1.13 HET RAPPORTEREN VAN ONGELUKKEN
  • Verordening (EU) Nr.1321/2014  Part M (Maintance)  Blijvende luchtwaardigheid: voorschriften betreffende onderhoud en opvolging van de luchtwaardigheid.

De basis van de EU-regelgeving wordt gevormd door Verordening (EU) Nr. 216/2008 (de Basic Regulation). De Basic Regulation kun je zien als een soort kapstok waaronder een hele serie Verordeningen (Eng. Regulations) vallen. 

Voor een vergroting klik op de afbeelding.

Op de afbeelding van de Basic Regulation zie je onderaan de volledige naam met het EU-nummer van de Verordening. Bovenaan staat waar de Verordening over gaat en daaronder zie je dat elke Verordening uit Annexen (bijlagen) bestaat die genummerd zijn met de Romeinse cijfers die je links ziet. Elke annex heeft dus een nummer maar ook een naam en die begint met Part. Zo hoort bij het onderdeel Air Crew, Annex 1 of Part FCL (Flight Crew Licensing) waar het o.a. over de regels voor de LAPL-brevetten gaat. In Annex IV, oftewel Part Med, gaat het over de medische keuringen. 

EASA regelt voortaan o.a.:

  1. de toelating van nieuwe vliegtuigtypen en de eisen voor luchtwaardigheid (Airworthiness/Certification)
  2. het onderhoud (Maintenance) en de Airworthiness Directives (AD's)
  3. de brevetten (Licensing) 
  4. de eisen voor het vliegbedrijf (Air Operations Regulation en Airport Ops)
  5. de luchtverkeersleiding (Air Traffic Control)
  6. SERA De Standardised European Rules of the Air

Zie de website van EASA.

Er zijn 32 EASA deelnemende landen, want behalve de EU-landen zijn ook landen als Zwitserland en Noorwegen lid. 

1.1.5 INSPECTIE VOOR LEEFOMGEVING EN TRANSPORT ((ILT)

De Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) is een zelfstandig onderdeel (agentschap) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (MIW). ILT houdt toezicht op de naleving van veiligheid- en milieuwetten en regels voor de luchtvaart. ILT zorgt voor de uitvoering en de controle op de naleving van de regelgeving die van ICAO, EASA en de Nederlandse overheid komt.

1.1.6 DE NEDERLANDSE WETGEVING

De luchtvaartwetgeving voor Nederland wordt voor het grootste deel bepaald door internationale verdragen.
De luchtvaartwetten van een land gelden voor alle burgerluchtvaartuigen die in dat land staan ingeschreven. Voor Nederland dus voor alle PH- geregistreerde vliegtuigen. Die regels gelden ook als een PH-geregistreerd vliegtuig in het buitenland vliegt. Daar moet dat vliegtuig voldoen aan de Nederlandse regels en de buitenlandse regels van dat land voor zo ver die regels niet strijdig zijn met elkaar. Een Duits- geregistreerd vliegtuig in Nederland moet voldoen aan de Duitse en aan de Nederlandse regels.

Nederland is een parlementaire democratie. Alle wetten komen via het gekozen parlement tot stand. Hoe dat gebeurt dat kun je lezen op de site van de rijksoverheid. Zie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/wetgeving/hoe-komt-een-wet-tot-stand Daar komt ook de afbeelding die hieronder staat, vandaan.

De voorschriften voor de Nederlandse luchtvaart staan in wetten, AMVB's en ministeriële regelingen.

  • Een wet moet aangenomen worden door het parlement (eerste en tweede kamer). Een wet is slechts een raamwerk. Hier staan de hoofdzaken in die niet vaak veranderd hoeven te worden.
  • De details staan in de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMVB) en ministeriële regelingen. Een AMVB is een besluit van een minister namens de regering dat niet door het parlement hoeft te worden goedgekeurd.
  • Een ministeriële regeling is een verdere uitvoering van een AMVB door een minister.

Wetten, AMVB's en ministeriële regelingen worden gepubliceerd in het staatsblad en de Staatscourant en die kun je op internet raadplegen. De wetten en besluiten die van belang zijn voor het zweefvliegen, staan hier onder genoemd. Deze wetten en besluiten met de bijbehorende ministeriële regelingen komen uitgebreider aan bod in de hoofdstukken over de betreffende onderwerpen.

DE LUCHTVAARTWET en de WET LUCHTVAART
We kennen in Nederland de oudere luchtvaartwet uit 1958 (LVW) en de nieuwe Wet Luchtvaart (WLV) uit 1992 . Momenteel zitten we in een overgangsfase, want de EU-wetgeving vervangt stelselmatig de nationale wetgeving. De Wet Luchtvaart is in de plaats gekomen van de Luchtvaartwet. Stap voor stap worden onderdelen van de Luchtvaartwet overgeplaatst naar de Wet Luchtvaart en inmiddels is de Luchtvaartwet al vrijwel geheel vervangen.

RIJKSWET ONDERZOEKSRAAD VOOR VEILIGHEID (OVV)

In 2005 is per wet de Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV) ingesteld. Deze Raad heeft als doel om door middel van onderzoek naar ernstige voorvallen en ongevallen de veiligheid van Nederlandse burgers te verbeteren. De OVV is in Nederland aangewezen als uitvoerende instantie voor het onderzoek van luchtvaartvoorvallen en –ongevallen, zoals wordt voorgeschreven door EASA. In hoofdstuk 1.13 wordt nader ingegaan op het werk van de OVV

BESLUIT LUCHTVAARTUIGEN (BL 2008)

Het Besluit Luchtvaartuigen (BL 2008) bevat aanvullingen op de EASA regels over de registratie en het onderhoud van luchtvaartuigen. Deze regelgeving komt aan bod in de hoofdstukken 1.2 over het vliegtuigonderhoud en 1.3 over de registratie.

BESLUIT BEWIJZEN VAN BEVOEGDHEID LUCHTVAART (BBvBL)

Het Besluit Bewijzen van Bevoegdheid Luchtvaart (BBvBL) bevat de landelijke regels voor de opleiding, examens en bevoegdheden van vliegers, verkeersleiders en onderhoudspersoneel. Het besluit betreft een aanvulling op o.a. de Wet Luchtvaart, art. 2, en de EU Verordening Nr. 1178/2011. Deze regelgeving komt aan bod in hoofdstuk 1.4 over de brevetten.

BESLUIT LUCHTVERKEER (BLV 2014)
In 2014 heeft de toenmalige minister van Infrastructuur en Milieu het Besluit Luchtverkeer 2014 (BLV 2014) vastgesteld. Dit besluit was nodig omdat door de invoering van de Standardised European Rules of the Air (SERA) een aanpassing van de Nederlandse wetgeving nodig was. SERA is in de lidstaten van de EU bindend en hoeft niet meer te worden omgezet in Nederlandse wetten. SERA biedt echter in bepaalde gevallen nog ruimte voor nadere invulling of uitwerking door een staat, mits die aanpassingen niet in strijd zijn met SERA. De aanpassingen voor het Nederlandse luchtruim zijn opgenomen in het Besluit Luchtverkeer 2014. De bepalingen van het Besluit Luchtverkeer komen aan bod in de hoofdstukken 1.5 t/m 1.7 over het gebruik van het luchtruim.

 Samenvatting:
  • Elk land is baas over zijn eigen luchtruim, maar de luchtvaart is grensoverschrijdend en heeft sterke behoefte aan internationale regelgeving. 
  • Het verdrag van Chicago in 1944 ligt aan de basis van de oprichting van ICAO in 1947.
  • ICAO is een agentschap (orgaan) van de VN.
  • ICAO is de luchtvaartorganisatie voor de hele wereld die zich bezig houdt met uniforme regelgeving voor de burgerluchtvaart. Militaire vliegtuigen vallen hier niet onder. 
  • De voorstellen van ICAO staan in Annexen (bijlagen bij het verdrag van Chicago). Ze zijn in een land van kracht wanneer de regering van dat land die heeft overgenomen. Veel regelgeving in Nederland en in Europa is (bijna) letterlijk overgenomen van ICAO. 
  • De JAA is de voorloper van EASA. De besluiten van de JAA moesten net als de besluiten van ICAO in de nationale wetgeving worden opgenomen voor ze van kracht waren.
  • In Europa zorgt de Europese Unie nu voor de invoering van de ICAO-regelgeving. De Verordeningen van de EU zijn direct bindend voor de lidstaten.
  • Voor het regelen van het luchtverkeer boven Europa heeft de EU de EASA opgericht. EASA heeft tot taak om de wetgeving voor te bereiden en om de Europese Commissie te ondersteunen bij het naleven van de wetgeving.
  • De basis van de EU-regelgeving wordt gevormd door de Basic Regulation. De Basic Regulation is onderverdeeld in Verordeningen die gaan over Initial Airworthness, Continuing Airworthnes, Aircrew, enzovoort. Elk deel is verder onderverdeeld in Annexen. Die Annexen hebben een nummer dat aangegeven wordt met een Romeins cijfer en een naam die begint met Part. Bijvoorbeeld part FCL en Part Med. Elk Part heeft zijn eigen AMC en GM.  Zie bijvoorbeeld Acceptable Means of Compliance and Guidance Material to Part-MED, Hierin staat o.a. aan welke medische eisen zweefvliegers bij een medische-keuring moeten voldoen. Guidance Material geeft een toelichting op een regeling, de Acceptable Means of Compliance beschrijven in detail hoe aan de regeling moet worden voldaan.
  • De belangrijkste Europese regels voor het gebruik van het luchtruim staan in de SERA (Standardised European Rules of the Air) verordening. 
  • SERA heeft die regels voor het overgrote deel overgenomen van ICAO.  Zo regelt EASA de stof die je voor het LAPL(S)-examen moet kennen. Wanneer je naar de namen van de hoofdstukken kijkt, dan zie je dat die uit de Annexen van ICAO komen. 
  • EUROCONTROL regelt het luchtverkeer boven FL245. Daar komen zweefvliegers niet.
  • De Nederlandse wetgeving vormt een aanvulling op de Europese wetgeving. Door de komst van de Europese wetgeving is de oude Luchtvaartwet gaandeweg vervangen door de Wet Luchtvaart.
  • De Onderzoeksraad voor Veiligheid is belast met het onderzoek van en de rapportage over ernstige luchtvaartvoorvallen en luchtvaartongevallen.