DE VOORTGEZETTE VLIEGOPLEIDING-1

De zweefvliegopleiding bestaat uit 3 onderdelen:

  1. De elementaire vliegopleiding (EVO)
  2. De voortgezette vliegopleiding 1 (VVO-1)
  3. De voortgezette vliegopleiding 2 (VVO-2)

Het boekje VVO-1 is geschreven voor solovliegende leerlingen die zich voorbereiden op de examenvluchten voor het zweefvliegbewijs (LAPL(S) of SPL). VVO-2 is geschreven voor  zweefvliegbewijshouders die overlandvluchten willen gaan maken.

De Voortgezette Vliegopleiding-1 bestaat uit drie hoofdstukken.

  1. Hoofdstuk 1 gaat in op een veilig vliegbedrijf.
  2. Hoofdstuk 2 beschrijft de praktijkoefeningen
  3. Hoofdstuk 3 geeft een korte uitleg over de oefeningen kunstvliegen.

Je kunt het boek VVO-1 hier als pdf-bestand lezen.  Klik op:  VVO-1.pdf.

Starten met de oefeningen VVO-1

Leerlingen die geregeld komen vliegen hebben meestal na een 50-tal solostarts voldoende ervaring opgedaan om aan de voortgezette vliegopleiding te beginnen. De oefeningen hiervoor vind je bij blok 29 en 30 op jouw progressiekaart. Wanneer je de inhoudsopgave van dit boek bekijkt zie je dat dezelfde volgorde is aangehouden. Je doet elke oefening eerst met een instructeur in de tweezitter en daarna solo. Een instructeur bekijkt vanaf de grond of je de oefening juist gedaan hebt, waarna hij deze aftekent.

 

Als alle oefeningen van de progressiekaart zijn afgetekend en je een solo-overland van 50 km of een overland van 100 km in de tweezitter met een instructeur gemaakt hebt en alle  onderdelen voor het theorie-examen gehaald hebt, dan kun je bij het instructeurscollege toestemming aanvragen om het praktijkexamen te mogen afleggen. Wanneer de instructeurs vinden dat je vliegvaardigheid voldoende gevorderd is, geven zij je toestemming voor de examenvluchten. Bij dit examen zul je met 1 of 2 examinatoren een paar examenvluchten maken. Tijdens deze vluchten, waarbij de examinator in de tweezitter meevliegt, wordt bekeken of je in staat bent om die beheerst en veilig uit te voeren. Ze bevatten de volgende oefeningen: 

Sectie 1: Vluchtvoorbereiding en vertrek:

  1. Het uitvoeren van de dagelijkse inspectie.
  2. De verificatie van massa en zwaartepunt.
  3. Het controleren van de luchtwaardigheid van het vliegtuig aan de hand van de documenten - inclusief de onderhoudsstatus.
  4. Het uitvoeren van de cockpit-check.

Sectie 2: Startmethode:

Je doet praktijkexamen in tenminste één startmethode en daarbij worden al de volgende punten getoetst:

2A Lierstart:

  1. Signalen voor en tijdens de start, inclusief seinen aan de lierist.
  2. Een correct lierstartprofiel.
  3. Een gesimuleerde kabelbreuk.
  4. Situational awareness.

2B Sleepstart:

  1. Signalen voor en tijdens de start, inclusief seinen aan en communicatie met de sleepvlieger.
  2. Acceleratiefase en klimstand.
  3. Afbreken sleepstart (uitsluitend middels simulatie of mondelinge overhoring).
  4. Correctie positionering achter het sleepvliegtuig in rechtlijnige vlucht en bochten.
  5. Extreme posities en herstel.
  6. Correcte ontkoppelprocedure.
  7. Uitkijken en vliegermanschap gedurende de totale vlucht.

2C Zelfstart:

  1. Naleving luchtverkeersleiding (indien van toepassing).
  2. Vliegveld vertrekprocedures.
  3. Aanrollen en klimstand.
  4. Uitkijken en vliegermanschap gedurende de startfase.
  5. Een gesimuleerde motorstoring na het loskomen (uitsluitend middels simulatie of vmondelinge overhoring).
  6. Het uitzetten en inklappen van de motor.

Sectie 3: Algemeen:

  1. Het aanhouden van een rechtlijnige vlucht, neusstand, constante snelheid.
  2. Gecoördineerde bochten met 30° helling, uitkijkprocedure, vermijden botsingsgevaar.
  3. Koersbepaling visueel en aan de hand van het kompas.
  4. Vliegen met grote invalshoek en kritiek lage luchtsnelheid.
  5. Overtrek en herstel.
  6. Het voorkomen van vrille en herstel.
  7. Gecoördineerde bochten met 45° helling, uitkijkprocedure, vermijden botsingsgevaar.
  8. Lokale navigatie en awareness.

Sectie 4: Circuit, nadering en landing:

  1. Aansluiten op circuit.
  2. Het vermijden van botsingen, uitkijkprocedures.
  3. Checks voorbereiding landing.
  4. Circuit, nadering en landing.
  5. Doellanding (gesimuleerde buitenlanding).
  6. Een zijwindlanding, mits de omstandigheden zich voordoen.

Wanneer de examenvluchten als voldoende worden beoordeeld ben je geslaagd voor het zweefvliegbewijsexamen (LAPL(S)).