|
WEDSTRIJDVLIEGEN |
Wedstrijdvliegen
De basis van de zweefvliegsport ligt
bij de zweefvliegclubs waarvan er in Nederland zo'n 40 zijn. De beginnende
zweefvlieger krijgt daar zijn opleiding. De verenigingen bieden
aansluitend mogelijkheden tot verdere ontplooiing op het gebied van
overlandvliegen en uiteindelijk worden gekwalificeerde leden uitgezonden
naar wedstrijden.
Er zijn in Nederland circa 4000
zweefvliegers, waarvan ongeveer 40% een geldig zweefvliegbewijs (brevet)
heeft en waarvan het aantal vliegers die gekwalificeerd zijn om aan de
Nationale Kampioenschappen mee te doen de laatste jaren is gegroeid tot
circa 75. Zoals in elke sport zoekt slechts een deel van de deelnemers de
prestatie kant van het zweefvliegen. Het merendeel van de gebrevetteerde
zweefvliegers vindt bevrediging in deelname aan clubvliegactiviteiten
zoals opleiding, technisch onderhoud, leiding geven aan het vliegbedrijf
en andere werkzaamheden.
Het zweefvliegen wordt sterk beïnvloed
door weersomstandigheden. Voor het maken van overlandvluchten, welke de
basis vormen van het wedstrijdvliegen is de zweefvlieger afhankelijk van
het ontstaan van thermiek. Het voorjaar en de zomer zijn de beste
jaargetijden met geregeld goede thermische omstandigheden. Door deze
weersafhankelijkheid beperkt het Nederlandse wedstrijdvliegseizoen zich
tot de periode van mei tot half augustus. De rest van het jaar is het weer
meestal ongeschikt om lange vluchten te maken. De (sub)top van de
zweefvliegsport wijkt daarom veelvuldig uit naar landen binnen of buiten
Europa om zich verder te bekwamen. Frankrijk, maar ook wel Spanje en Italië
zijn goede uitwijkmogelijkheden voor de zweefvliegsport zonder dat al te
hoge kosten behoeven te worden gemaakt.
Het kunstvliegen is in Nederland de
jongste loot aan de zweefvliegboom. Van de ruim 4.000 zweefvliegers in
Nederland heeft een deel algemene belangstelling voor het kunstvliegen.
Van dit deel zet een klein deel het om in activiteit en een geringer deel
wil zich in wedstrijden meten met andere kunstvliegers. In Nederland
bestaat nog geen wedstrijdcultuur op dit gebied. Het aantal potentiële
deelnemers is zeer gering. Kunstvliegers hebben geen thermiek nodig, zij
worden door een motorvliegtuig opgesleept naar de hoogte waarop zij hun
programma beginnen. Goed zicht en een hoge wolkenbasis zijn wel vereist.
De wedstrijd kunstvliegers nemen deel aan buitenlandse trainingen en
wedstrijden vanwege aldaar aanwezige expertise en verdere gunstige
condities. Polen en Frankrijk bieden in dit opzicht goede mogelijkheden.
Van leerling tot
wedstrijdvlieger
Zweefvliegen is een echte
verenigingssport. Er zijn vele faciliteiten en een flink aantal personen
nodig om een zweefvliegtuig de lucht in te krijgen. De benodigde
infrastructuur voor de beoefening van het zweefvliegen is bij deze clubs
te vinden. Zij beschikken over vliegvelden, zweefvliegtuigen,
startmiddelen,hangaar, werkplaats, kantine en bevoegde instructeurs,
technici en sportcommissarissen. Tevens hebben zij de capaciteit om
evenementen te organiseren. Het Zweefvlieg Centrum Terlet, waar voornoemde
faciliteiten in ruime mate aanwezig zijn, is gastheer voor meerdere clubs.
Deze faciliteiten staan op commerciële basis ter beschikking aan de
gebruikers. Vrijwel alle beginnende zweefvliegers worden bij de clubs
opgeleid. Na het behalen van het zweefvliegbewijs gaat een deel verder met
het zich bekwamen in het maken van grotere afstands- en/of
snelheidsvluchten. De kosten voor een zweefvliegopleiding bij een club
zijn laag. De opleiding tot zweefvliegbewijs wordt door vrijwilligers
gedaan. Daar staat wel een werkverplichting tegenover, bijv. onderhoud
materiaal tijdens de winterperiode, of de inzet bij bestuurlijke functies.
Bij sommige verenigingen gebeurt dat
onder begeleiding, maar vaak wordt dit overgelaten aan het initiatief van
de betreffende zweefvlieger. Uiteindelijk stromen na jaren oefenen slechts
weinigen door naar het wedstrijdcircuit. Enkelen zullen zich aangetrokken
voelen tot kunstvliegen en gaan een kunstvliegcursus, bijv. op het
Zweefvliegcentrum Terlet, volgen. Ook in het buitenland zijn hiervoor
mogelijkheden. Wanneer men zich op wedstrijdkunstvliegen wil gaan
toeleggen worden de mogelijkheden klein onder meer doordat weinig
vliegtuigen hiervoor geschikt zijn. De doorzetter zal zichzelf
mogelijkheden verschaffen.
Wedstrijdvliegen en de CW&S
Ter sturing van en advisering over het
wedstrijdvliegen heeft het Bestuur van de Afdeling Zweefvliegen een
Commissie Wedstrijd & Selectie (CW&S) in het leven geroepen. Zij
coördineert de grotere wedstrijden, te weten de JW, de ZW en de NK. Zij
legt de wedstrijdreglementen vast. Een tweede taak is de selectie van de
deelnemers aan de internationale FAI-wedstrijden en het doen van een
voorstel aan het ABZ tot uitzending van Nederlandse zweefvliegers naar
deze evenementen. Tevens adviseert zij het ABZ over de besteding van
gelden voor wedstrijden en de topsport in het algemeen. Ook voert zij de
redactie van het TopSport Beleids Plan. De commissie bestaat uit
wedstrijdvliegers, geen leden van de kernploeg, en wordt bijgestaan door
de kernploegmanager, de juniorenmanager en een lid van de kernploeg.
Kernploeg
Ter stimulering van de topsport is de
kernploeg ingesteld, welke in principe bestaat uit de beste twaalf
Nederlandse zweefvliegers. Selectie voor de kernploeg en het bepalen van
de rangorde in de kernploeg gebeurt volgens een reglement en punten
systeem, waarin resultaten behaald tijdens de laatste NK en de overige
wedstrijden gevlogen in de afgelopen twee jaar worden verwerkt.
Algemeen coach
Sinds begin 2002 is er een Algemeen
Coach aangesteld. Deze functie gold voorlopig voor de duur van één jaar.
Daarna is de functie geëvalueerd en gecontinueerd. Diens taak is het
ontwikkelen van beleid dat er toe moet dienen podium plaatsen te behalen
op internationale wedstrijden. Het betreft een coördinerende functie voor
activiteiten betreffende niveauverbeteringen en begeleiding van
individuele sporters en EK- en WK-teams (incl. ophalers en de TC) in het
traject vóór een wedstrijd.
Kernploegtrainer
Teneinde het niveau van de individuele
sporters en deelnemende teams aan EK en WK’s te verhogen is een speciale
kernploegtrainer aangesteld. Diens taak is het opzetten van
vliegtrainingen voor de kernploeg, het evalueren van digitale
vluchtgegevens en het ontwikkelen van methoden teneinde het prestatie
niveau te vergroten.
Kernploegmanager
De activiteiten van de kernploeg worden
gecoördineerd en mede georganiseerd door de kernploegmanager.
Juniorenmanager
In 1996 is een juniorencoach geïnstalleerd
die zowel de management als coach functie op zich nam. Na de komst van de
Algemeen coach en de Kernploegtrainer is dit gescheiden en neemt de
Juniorenmanager de taak als manager op zich. Gekeken wordt of de Algemeen
coach en de KP-trainer voldoende aandacht kunnen geven aan de junioren. Is
dit niet het geval, dan kan een aparte Junioren coach aangesteld worden.
De beste zweefvliegers die jonger zijn dan 26 jaar en die gekwalificeerd
zijn voor de NK kunnen op voordracht van de juniorenmanager en met
instemming van de CW&S in de junioren selectie komen. Het maximale
aantal vliegers in de selectie bedraagt acht. De juniorenmanager geeft
leiding aan deze juniorenselectie (de interne selectie procedure is zoals
bij de kernploeg).
Wedstrijden in Nederland
Het wedstrijdvliegen in Nederland is op
te splitsen in 4 typen:
Eendags Wedstrijden Gedurende
het wedstrijdseizoen worden door veel verenigingen ééndagswedstrijden
georganiseerd. Hieraan nemen per wedstrijd zo’n 25 tot 80 zweefvliegers
deel, vanaf beginnend wedstrijdvliegers tot topvliegers.
Junioren Wedstrijden De
zogenaamde "Juniorenwedstrijd" (JW), welke ieder jaar gedurende
10 dagen te Venlo wordt gehouden, is bedoeld voor de beginnende
wedstrijdvlieger. Onder begeleiding vaneen ervaren mentor (vaak een
kernploeglid) worden de eerste wedstrijdvluchten gemaakt, waarbij het
leereffect van groot belang is. Het aantal deelnemers bedraagt 15 tot 30.
Zomer Wedstrijden De tweeweekse Zomerwedstrijd (ZW)
te Malden vormt de tussenstap tussen leren en presteren. Hier wordt
ervaring opgebouwd en kan men zich kwalificeren voor deelname aan de
Nationale Kampioenschappen. Aantal deelnemers 30 tot 50.
Nationale
Kampioenschappen Tijdens
Nationale Kampioenschappen (NK) kan worden gestreden om de titels in de
internationale klassen waarin de zweefvliegtuigen door de FAI zijn
onderverdeeld. Deze wedstrijden vinden in deze diverse klassen, één of
twééjaarlijks gedurende 9 tot 12 dagen plaats op het Zweefvlieg Centrum
Terlet, elders in den lande of in het buitenland. Aantal geselecteerde
deelnemers is 20 a 30 per klasse (totaal tot ca. 75).
De eerste drie genoemde typen
wedstrijden worden georganiseerd door verenigingen, terwijl de NK’s door
de Afdeling Zweefvliegen van de KNVvL wordt opgezet en uitgevoerd.
Een NK organiseren buiten Nederland is
noodgedwongen een realiteit geworden. Vanwege de MKZ crisis in het
voorjaar van 2001 was het onmogelijk het kampioenschap vanaf een
Nederlands vliegveld te laten plaatsvinden. In zeer korte tijd is de
wedstrijdleiding er in geslaagd de NK vanaf het vliegveld Rudolstadt
(voormalig Oost-Dld) te organiseren. De vliegers hebben de wens
uitgesproken de NK wisselend binnen en buiten Nederland te vliegen. In
2003 is de NK-Multi gevlogen worden in Frankrijk (vliegveld Issoudun le
Fay LFEK) en de NK Club klasse op het vliegveld Malden bij Nijmegen. In
2004 is wederom de NK-Multi georganiseerd op het Nationale
Zweefvliegcentrum Terlet bij Arnhem en de NK voor de Club klasse op
vliegveld Malden bij Nijmegen. Het beleid is er op gericht de NK-Multi
jaarlijks afwisselend in Nederland en het buitenland te organiseren.
Daarnaast zijn er verschillende zweefvliegers, die niet in Nederland maar
bijv. in Frankrijk of Duitsland aan wedstrijden deelnemen, veelal vanwege
te verwachten betere vliegcondities. Via deze buitenlandse wedstrijden kan
men zich dan ook kwalificeren als NK-vlieger.
Internationale
wedstrijden in Nederland
Nederland speelt traditioneel een
duidelijke bestuurlijke rol in internationale zweefvliegkringen. Na het
geslaagde WK-Junioren Kampioenschap dat in 1999 door de KNVvL op Terlet
werd georganiseerd zijn er op dit moment geen plannen voor een dergelijk
evenement. Tijdens de nationale wedstrijden in 2000 werd weer eens opnieuw
duidelijk dat men in Nederland erg afhankelijk is van het weer.
Wedstrijden in het
buitenland
Open
wedstrijden Toelatingseisen en reglementen worden door de
organisatoren vastgesteld. Het prestatieniveau van de deelnemers loopt
nogal uiteen. Via dit soort wedstrijden kan men zich kwalificeren voor
onze NK.
NK’s Deze
wedstrijden die de nationale Aero Club’s organiseren voor het bepalen
van hunkampioenen zijn streng gereglementeerd en alleen voor buitenlanders
toegankelijk op uitnodiging van het betreffende land, op voordracht van de
KNVvL en indien er plaatsen over zijn. Het niveau is in het algemeen erg
hoog.
FAI-WK’s en EK’s Tot
voor kort wisselden WK en EK elkaar jaarlijks af en bleven beperkt tot
drie klassen nl. Standaard, 15m en Open klasse. Wegens het inmiddels
geringe prestatieverschil tussen de Standaard klasse en de 15m klasse en
het grote verschil met de Open klasse, zal de door de IGC in 1998 geïntroduceerde
18m klasse met prestaties daar tussen in, op termijn de 15m klasse
vervangen. Vanaf 2001 worden de FAI-WK’s om het jaar in deze vier
klassen gehouden en hebben de naam Multi Class gekregen. Alhoewel, in
eerste instantie, de EK niet meer door de FAI werd aanbevolen, is door het
International Gliding Committee (IGC) besloten, dat EK’s onveranderd op
de FAI-wedstrijdkalender geplaatst zullen worden. Daaraan toegevoegd zijn
FAI wedstrijden in de clubklasse (wat oudere vliegtuigtypes), wedstrijden
voor junioren (vliegers jonger dan 25 jaar), wedstrijden alleen dames en
in de z.g. World Class (vliegtuig type PW5, eenvoudig goedkoop vliegtuig).
Vanaf 2005 voert het IGC een gewijzigde
opzet van EK’s en WK’s in. Bij deze wedstrijden worden de
verschillende klassen anders verdeeld over de wedstrijden. Er komen twee
typen wedstrijden. Eén voor zweefvliegtuigen zonder flaps (World, Club en
Standard) en één voor zweefvliegtuigen met flaps (15m, 18m en Open). Per
land mogen tot 6 vliegers (max. 2 per klasse) worden ingeschreven en
daarboven de vigerend wereldkampioen(en), waardoor een totaal
deelnemersveld van 80 á 120 vliegers ontstaat uit 20 à 30 landen.
Nederland zendt zo mogelijk het maximum aantal deelnemers uit zover de
beschikbare financiële middelen daartoe reiken. Het Nederlandse team
wordt begeleid door een teamcaptain, die zich tijdens de wedstrijd bezig
houdt met organisatorische- en teamaspecten. Een compleet Nederlands team
bestaat uit 6 vliegers, en tenminste 6 á 8 helpers (z.g. ophalers:
assistenten die een groot aantal taken op de grond doen, die vernoemd zijn
naar het ophalen na een landing van het zweefvliegtuig buiten het
zweefvliegterrein, een zogeheten "buitenlanding"). Het geheel
staat onder de leiding van een teamcaptain ter plaatse; voor de actuele
meteo-informatie kan een meteo-begeleider aanwezig zijn.
(Tekst afkomstig uit het Topsportbeleidsplan 2005)