3. METEOROLOGIE 

Hoe langer je aan zweefvliegen doet, hoe meer verstand je van het weer krijgt. Kennis van het weer is voor een zweefvlieger essentieel. Je hebt deze kennis nodig om een inschatting te maken of je veilig kunt zweefvliegen of op je vrije dag beter iets anders kunt gaan doen.

Het gaat in dit hoofdstuk veel over thermiek, de groene motor van het zweefvliegen. Wanneer komt de thermiek los, waar kun je die vinden en hoe maak je er optimaal gebruik van. Je leert om de wolken te lezen en zo het beste vliegpad te kiezen. Je leert bij meteorologie ook om gevaarlijke weerssituaties vroegtijdig te herkennen. 

Met goede kennis van het weer kun je bepalen of het goed overlandweer wordt en welke zweefvliegopdracht daarbij mogelijk is. Je zult er ook achter komen dat het nuttig is om al dagen van te voren de weerberichten op de t.v. en de meteo-informatie van het KNMI goed te volgen. 

Het stuk meteo dat je hieronder leest is gemaakt volgens de indeling van EASA.  EASA heeft voor het LAPL(S) in een raamwerk aangegeven wat je moet kennen. Daarom is hier voor het beschrijven van de leerstof uitgegaan van de leerdoelen voor meteorologie voor LAPL(A) en LAPL(H) van het CBR.

3. METEOROLOGY 3. Meteorologie
3.1. THE ATMOSPHERE  3.1 De atmosfeer
3.2. WIND  3.2 Wind 
3.3. THERMODYNAMICS  3.3 Thermodynamica / warmteleer
3.4. CLOUDS AND FOG  3.4. Wolken en mist 
3.5. PRECIPITATION  3.5  Neerslag 
3.6. AIR MASSES AND   FRONT  3.6  Luchtmassa's en fronten
3.7. PRESSURE SYSTEMS  3.7  Druksystemen
3.8. CLIMATOLOGY  3.8  Klimatologie 
3.9. FLIGHT HAZARDS  3.9  Gevaarlijke weersituaties voor de luchtvaart
3.10. METEOROLOGICAL   INFORMATION  3.10 Meteo informatie 
   

 

Veel succes met de zweefvliegexamens.

Dirk Corporaal