4. WIKI VOORSCHRIFTEN ONDERHOUD 

AD

Airworthiness Directive: verplicht op te volgen aanwijzing van de luchtvaartautoriteiten. AD’s kunnen worden uitgegeven voor vliegtuigen, maar ook voor onderdelen. EASA publiceert alle AD's vanaf 2003 op deze website. Door de naam van de fabrikant van het zweefvliegtuig in te vullen kun je 

Een AD moet meestal uitgevoerd worden door een technicus en in sommige gevallen door bepaalde Part 145 bedrijven of door de fabrikant.

Aircraft certificate of release to service Certificaat van vrijgave voor gebruik Verklaring dat het onderhoud in overeenstemming met de van toepassing zijnde eisen is uitgevoerd. Het vermeldt tevens tot welke datum, uren of starts (wat eerste komt) het toestel is vrijgegeven.
AMC

De EU maakt wetten die Verordeningen genoemd worden. Bij veel verordeningen publiceert EASA Acceptable Means of Compliance” (AMC’s) en “Guidance Material” (GM). Hierin staat in detail beschreven hoe de wetgeving in de praktijk toegepast moet worden. Om het leesbaar te houden wordt soms een easy-access versie gemaakt. Dit is een combinatie van de Verordening, de AMC en het GM. 

Guidance Material geeft een toelichting op een regeling. De Acceptable Means of Compliance beschrijven in detail hoe aan de regeling moet worden voldaan.

AML

Aircraft Maintenance Licence Bewijs Vroeger: Bewijs van bevoegdheid als zweefvliegtechnicus. Onderverdeeld in de ratings A, B en C. A voor het zweefvliegtuig, B voor de motor en C voor elektrische installaties. Een AML houder mag als hij daartoe bekwaam is, de juiste materialen gebruikt en een geschikte omgeving en apparatuur heeft alle handelingen uitvoeren en vrijgeven die beschreven staan in EASA PART ML Appendix III — Complex Maintenance Tasks PART ML Appendix III — Complex Maintenance Tasks (Blz. 327). Bij het uitvoeren van de werkzaamheden dient de technicus zich te houden aan de instructies van de fabrikant.

Deze bevoegdheden worden momenteel omgezet naar een Part 66 bevoegdheid in de categorie L2 (powered sailplanes and ELA1 aeroplanes,). Op de L2 bevoegdheid wordt beschreven welke werkzaamheden je mag uitvoeren. Elektrische systemen worden voor AML A en AML B niet uitgesloten. De conversie van AML naar L2 moet aangevraagd worden voor 1oktober 2020. Voor de uitgifte van de L2 bevoegdheden en de verlenging ervan (om de 5 jaar) zorgt KIWA.

AMP

Aircraft Maintenance Programme De eigenaar/houder dient voor elk vliegtuig een onderhoudsprogramma op te stellen.  Een onderhoudsprogramma bevat een overzicht van de periodieke onderhoudstaken conform EASA part M  Zie: website ILT Het bevat een beschrijving van alle periodieke onderhoudstaken en geeft de intervallen of termijnen binnen welke die taken uitgevoerd moeten worden. Het AMP wordt goedgekeurd door de eigenaar of namens de houder door een gecontracteerde CAMO. De CAMO van de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen doet dit niet Jaarlijks moet worden bekeken of het AMP aangepast moet worden. 

Een onderhoudsprogramma omvat ten minste de volgende aspecten:

  1. inspectieperiodes;
  2. inspectiestaten;
  3. bedrijfsgegevens;
  4. de van toepassing zijnde aanwijzingen van de minister;
  5. aanvullende onderhoudsinformatie; en
  6. welk onderhoud eventueel door de piloot-eigenaar mag worden uitgevoerd.
AMPI Een zweefvliegtuig wordt onderhouden volgens een onderhoudsprogramma. Het onderhoudsprogramma werd goedgekeurd door een AMPI (Aircraft Maintance Program-Inspecteur van de CAMO). Momenteel moet de eigenaar het AMP opstellen en goedkeuren. De functie van AMPI verdwijnt. De ARI moet bij de ARC-afgifte controleren of het AMP voldoet aan het luchtwaardig houden van het vliegtuig. 
Annex 1 vliegtuigen Dat zijn luchtvaartuigen waarop de EASA,-regels, volgens Annex I van de Europese verordening (EC) 2042/2003 artikel 4, niet van toepassing zijn. Hiervoor geeft ILT een speciaal (nationaal) BVL af.
ARC

Airworthiness Review Certificate Een zweefvliegtuig met een EASA-BVLheeft twee documenten m.b.t. de luchtwaardigheid, het eigenlijke luchtwaardigheidsbewijs Certificate of Airworthiness, dat maar één keer wordt uitgereikt (en dus niet verlengd hoeft te worden) en een ARC. Een ARC is 12 maanden geldig en moet door een ARI (Airworthiness Review Inspector) worden verlengd. 

  1. Als de ARC inspectie uitgevoerd wordt in de periode van 90 dagen voor het verlopen van de ARC dan is de nieuwe ARC geldig van de datum van uitgifte tot de afloopdatum + één jaar.
  2. Bij afgifte van een nieuwe ARC als de ARC verlopen is, is de geldigheid van de datum van afgifte plus 12 maanden min 1 dag.
  3. Bij afgifte van een ARC eerder dan 90 dagen voorafgaand aan de afloopdatum geldt één jaar min één dag.

Wanneer een ARC niet verlengd kan worden vanwege gebreken, dan meldt de ARI dat aan ILT.

De ARC-administratie moet minimaal 3 jaar worden bewaard. 

ARI

Taken:

  • Het uitvoeren van de ARC inspectie (De ARI mag niet zijn eigen kist keuren).
  • Controleren of het onderhoudsprogramma aan de eisen voldoet
  • Het uitgeven van ARC’s.
  • Het archiveren van een kopie van de uitgegeven ARC’s en ARC inspectie checklisten.
  • Het opsturen van een kopie van de uitgegeven ARC’s en ARC inspectie checklisten naar de beheerder van de administratie binnen 5 dagen na uitvoering van de inspectie.
  • Het bijhouden van een administratie van uitgevoerde ARC inspecties.

Een ARI die een ARC-verlengingskeuring gedaan heeft, geeft een nieuw ARC-certificaat en een certificaat van vrijgave voor gebruik af. Hij verklaart daarmee dat het onderhoud volgens de EASA-voorschriften is verricht. In het journaal van het vliegtuig (blauwe boekje) wordt een onderhoudsverklaring geplaatst of de ARI geeft een Release to Service Certificate af waarop wordt aangegeven wanneer de volgende onderhoudsbeurt moet worden uitgevoerd. De ARC-inspecteur moet jaarlijks onderzoeken en verklaren dat het AMP (dat door de eigenaar moet worden opgesteld) nog actueel is en voldoet voor het luchtwaardig houden van het zweefvliegtuig.

Audit Een ARI wordt ëën maal per 2 jaar geaudit. Een niveau 1 bevinding moet voor de eerstvolgende vlucht worden opgelost. Een niveau 2 bevinding binnen 3 maanden. Als een bevinding is opgelost wordt dit aan de betreffende insprecteur gemeld.
Besluit Luchtvaartuigen (BL 2008) Het Besluit Luchtvaartuigen (BL 2008) bevat aanvullingen op de EASA regels over de registratie en het onderhoud van luchtvaartuigen.
Boord-documenten

Aan boord van een zweefvliegtuig moeten de volgende documenten aanwezig zijn:

  1. BvI = Bewijs Van Inschrijving in het luchtvaartregister (Zie 1.3 Vliegtuig nationaliteit en registratie kenmerken)
  2. BvL = Bewijs Van Luchtwaardigheid met een geldige ARC. Een ARC geldt niet voor de Annex-II vliegtuigen, want Annex-II kent geen ARC, alleen een geldig BvL.
  3. Radiostation Licence = Op grond van het Internationaal Verdrag voor de Burgerluchtvaart (ICAO verdrag) moeten luchtvaartuigen die zijn uitgerust met vast ingebouwde radioapparatuur een zogenaamde radiostation licence aan boord hebben. Dit in verband met het gebruik van frequentieruimte aan boord van het luchtvaartuig.
  4. Vliegtuighandboek en actueel weegrapport. Het vliegtuighandboek bevat een lijst met limieten (gewicht, snelheid, G-krachten) waarbinnen een vliegtuig gebruikt moet worden. Bij overschrijding van de limieten is het luchtvaartuig niet meer luchtwaardig.
  5. Bijgewerkt journaal (vliegtuiglogboek) met daarin de vermelding wanneer de volgende inspectie moet plaatsvinden en dat de eventuele defecten door of onder toezicht van een technicus zijn verholpen.
  6. WA-verzekeringsbewijs = een bewijs dat het vliegtuig WA-verzekerd is.
  7. Geluidscertificaat als het een motorzwever of zelfstarter betreft. Zweefvliegtuigen met een thuisbrengmotor zijn vrijgesteld van een geluidscertificaat. 
  8. Gewicht en zwaartepuntrapport met de inventarislijst
BvL

 Bewijs van luchtwaardigheid 

Een luchtvaartuig moet zijn voorzien van een Bewijs van Luchtwaardigheid (BvL)/Certificate of Airworthiness (CofA), In Nederland worden de bewijzen van luchtwaardigheid verstrekt door de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT). ILT verstrekt vijf soorten BvL’s: 

  1. EASA-standaard-BvL;
  2. EASA-beperkt-BvL;
  3. ICAO-standaard-BvL;
  4. Speciaal BvL;
  5. Export BvL.

EASA-standaard-BvL:

  • Bewijs van luchtwaardigheid voor een EASA-luchtvaartuig dat zowel aan de eisen betreffende luchtwaardigheid volgens het ICAO-verdrag, als aan de eisen van EASA voldoet.
  • Het EASA-standaard-BvL is onbeperkt geldig en wordt maar één keer uitgereikt.
  • Bijna alle Nederlandse zweefvliegtuigen hebben een EASA standaard BvL.
  • Een EASA-standaard-BvL luchtvaartuig moet worden onderhouden volgens de Verordening (EU) nr. 1321-2014, Part M, Het bijbehorende Bewijs van herbeoordeling van de luchtwaardigheid/Airworthiness Review Certificate (ARC) moet jaarlijks worden vernieuwd.
  • Als het luchtvaartuig van eigenaar verandert, maar  ingeschreven blijft in hetzelfde register (zie 1.3), dan blijft het BvL geldig en wordt het BvL samen met het luchtvaartuig aan de nieuwe eigenaar overgedragen. Bij registratie in een andere lidstaat, wordt het BvL opnieuw afgegeven na overlegging van het oude BvL en het geldige ARC.

EASA-beperkt-BvL:

  • Bewijs van luchtwaardigheid voor een EASA-luchtvaartuig dat wel aan de eisen betreffende luchtwaardigheid volgens het ICAO-verdrag voldoet, maar niet aan de essentiële eisen inzake luchtwaardigheid zoals opgenomen in bijlage II bij verordening (EG) nr. 2018/1138.
  • Een EASA-beperkt-BvL is bedoeld voor historische of bijzondere luchtvaartuigen uit EASA landen voor vluchten binnen de Europese Unie.
  • Het BvL is geldig voor een jaar en kan desgewenst worden verlengd.
  • Voor het onderhoud en voor de overdracht van een EASA-beperkt-BvL gelden dezelfde eisen en regels als voor het onderhoud en de overdracht van een EASA-standaard-BvL.

ICAO-standaard-BvL:

  • Bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in het ICAO-verdrag. Het ICAO-standaard-BvL betreft luchtvaartuigen uit niet-EASA landen voor internationaal vluchtverkeer.
  • Voor een ICAO-standaard-BvL is een geldig type-certificaat vereist. Het BvL is geldig voor een jaar en kan desgewenst worden verlengd.
  • Een luchtvaartuig met een ICAO-standaard-BvL moet worden onderhouden volgens de Verordening (EU) nr. 1321/2014, Part M (zie 1.2.3).
  • Een ICAO-standaard-BvL is overdraagbaar.

Speciaal-BvL:

  • De minister geeft op aanvraag van de houder van een luchtvaartuig een speciaal-BvL af indien het luchtvaartuig in staat is om op veilige wijze vluchten uit te voeren en voldoet aan bij ministeriële regeling daartoe te stellen eisen.
  • Veel oudere zweefvliegtuigen (oldtimers) vallen hieronder. Het worden Annex 1 vliegtuigen genoemd. Dat zijn luchtvaartuigen waarop de EASA,-regels, volgens Annex I van de Europese verordening (EC) 2042/2003 artikel 4, niet van toepassing zijn. Hiervoor geeft ILT een speciaal (nationaal) BVL af.
  • Een speciaal-BvL is alleen geldig voor het uitvoeren van vluchten binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam of boven de Nederlandse Antillen.
  • Het speciaal-BvL is een jaar geldig en kan worden verlengd.
  • Een speciaal-BvL is overdraagbaar. 

Export-BvL:

  • Bewijs van luchtwaardigheid voor een luchtvaartuig dat naar een ander land wordt uitgevoerd.
  • In de BvL is aangegeven dat de luchtwaardigheid voldoet aan de eisen van het importerende land.
  • Een export-BvL wordt eenmalig afgegeven.
CAME Continuing Airworthiness Management Exposition: het procedurehandboek van de CAMO (zie CTZ-site).
CAMO Continuing Airworthiness Management Organisation: Organisatie die de blijvende luchtwaardigheid waarborgt. Een CAMO is een Part-M subpart G organisatie. Een organisatie die het onderhoudsmanagement van een vliegtuig beheert (goedkeuren onderhoudsprogramma, beheren AD's, planning van het onderhoud, uitbesteden van onderhoud, bewaken vliegtuig in gecontroleerde omgeving (vlootbeheer) en het afgeven van de ARC. De KNVvL-CAMO heeft zo'n Part-M subpart G erkenning
CAO Een CAO (Combined Airworthiness Organisation) is een opvolger voor de CAMO en mag onder andere ARC’s afgeven.
Certificate of Airworthiness Een zweefvliegtuig met een EASA-BVLheeft twee documenten m.b.t. de luchtwaardigheid, het eigenlijke luchtwaardigheidsbewijs Certificate of Airworthiness, dat maar één keer wordt uitgereikt (en dus niet verlengd hoeft te worden) en een ARC. Een ARC is 12 maanden geldig en moet door een ARI (Airworthiness Review Inspector) van een CAMO (Continuing Airworthiness Management Organisation) worden verlengd. 
Certificaat van vrijgave  Verklaring dat een onderdeel (bijvoorbeeld de propellor) van een (motor) zweefvliegtuig aan de eisen voldoet.

Certificaat van vrijgave voor gebruik 

Verklaring dat het onderhoud in overeenstemming met de van toepassing zijnde eisen is uitgevoerd.Zie vrijgave document.
CS-22 CS-22 is een onderdeel (Annex 1) van Initional Airworthiness en beschrijft de eisen waaraan een zweefvliegtuig moet voldoen. Zie schema Basic Regulation 
CS-STAN

CS-STAN Certification Specifications for Standard Changes and Standard Repairs. Easy Access Rules for Continuing Airworthiness. Door EASA geaccepteerde methoden en technieken om standaardwijzigingen en standaardreparaties uit te voeren en te documenteren. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden dient de technicus zich te houden aan de instructies van de fabrikant (onderhoudshandboek, reparatiehandboek, tekeningen van de fabrikant). Behalve de instructies van de fabrikant heeft de technicus nog de mogelijkheid gebruik te maken van de procedures beschreven in EASA CS-STAN 

DAH Design Approval Holder (fabrikant). Dus DG-Flugzeugbau, Schempp Hirth enzovoort.
EASA EASA is een orgaan van de Europese Unie met regelgevende en uitvoerende taken op het gebied van de luchtvaartveiligheid. EASA zorgt voor een gemeenschappelijke luchtvaartregelgeving voor de Europese Unie. EASA zit in hartje Keulen, naast de beroemde kerk en valt rechtstreeks onder de EU. De besluiten van EASA hoeven niet meer door de parlementen van de EU-landen goedgekeurd te worden. De NAA (National Aviation Authorities), dus de nationale luchtvaartautoriteiten, moeten de EASA-regelingen in hun land invoeren. In Nederland gebeurt dat door ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) een agentschap (zelfstandig onderdeel) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
EASA-Luchtwaardigheid

De luchtwaardigheid van een luchtvaartuig wordt beoordeeld op twee aspecten:

  1. de initiële luchtwaardigheid (Initial Airworthiness);
  2. de blijvende luchtwaardigheid (Continuous Airworthiness) 
EASA-luchtvaartuigen Luchtvaartuigen waarop in overeenstemming met EU-Basisverordening 2018/1139 de Europese eisen van toepassing zijn
EASA part M  EASA part ML is een onderdeel van Continuing Airwortheness (zie schema) In EASA-Part ML (Maintance = onderhoud en de L is van Light Aircraft)) is de luchtwaardigheid en het onderhoud van o.a. zweefvliegtuigen geregeld. Het onderhoud vindt plaats onder toezicht van een CAMO (Continuing Airworthiness Management Organisation) en binnenkort een CAO. De overheid geeft een BvI (Bewijs van Inschrijving) en een BvL (Bewijs van Luchtwaardigheid) af. 
Eigenaar / houder

De eigenaar / houder is verantwoordelijk voor:

  • de luchtwaardigheid van het zweefvliegtuig (je mag alleen vliegen met een luchtwaardig zweefvliegtuig).
  • het geldig houden van het bewijs van luchtwaardigheid (jaarlijks moet een nieuwe ARC-keuring door een ARI worden verricht)
  • het onderhoud van het zweefvliegtuig, uitgevoerd volgens een door de eigenaar goedgekeurd onderhoudsprogramma.
ELA1 Volgens EASA Part ML vallen zweefvliegtuigen en motorzevers met een maximum gewicht van minder dan 1200 kg onder ELA-1 vliegtuigen. 
Extensie

Eénmalige intervalverhoging De maximaal toegestane, éénmalige afwijkingen van onderhoudsintervallen dienen in het AMP opgenomen te zijn.

  • Onderhoudstaken met een limiet op uren: 10% tot max. 500 vlieguren
  • Onderhoudstaken met een limiet op starts: 10% tot max. 250 starts
  • Onderhoudstaken met een limiet op kalendertijd: max. bij 1 jaar: 10% of 1 maand (wat het eerst komt), bij 1 tot 3 jaar 2 maanden, bij meer dan 3 jaar 3 maanden. 
FLARM Een FLARM moet jaarlijks worden geupdate en de update moet in het onderhoudsprogramma worden vermeld.
Geluidscertificaat Zweefvliegtuigen met een “zelfstarter” als hulpmotor dienen te beschikken over een geluidscertificaat waarin staat aangegeven in welke geluidsklasse zij vallen. Zweefvliegtuigen met een zogenaamde “thuiskomer” als hulpmotor zijn hiervan vrijgesteld.

Holellieraansluitingen

 

BLA 1993-040/4 Ze moeten voorzien zijn van een safety pin in een gat in de lock plate met een doorsnee van 1,2 mm. Ball and swivel insmeren met siliconenspray (geen vet houdt zand en stof vast). Bij D-inspectie controleer op breuken en goed sluiten. Meet de diameter op 2 punten het verschil mag maximaal 0,1 mm zijn. Onderkant lock plate minimaal 2 mm. Aanbeveling: de hotellieraansluitingen te vervangen elke 10 jaar of 3.000 vlieguren.
ILT De Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) is een zelfstandig onderdeel (agentschap) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (MIW). ILT houdt toezicht op de naleving van veiligheid- en milieuwetten en regels voor de luchtvaart. ILT zorgt voor de uitvoering en de controle op de naleving van de regelgeving die van ICAO, EASA en de Nederlandse overheid komt.
 LBA  Luftfahrt Bundes-Ambt. Duitse ILT. Luftfahrt-Bundesamt, Sachgebiet T52 - Lufttüchtigkeit und IHP's,
38144 Braunschweig. 
LTA Lufttüchtigkeitsanweisungen (LTA’s)
Lektest Moet om de 2 jaar
Logboek Een technicus moet (digitaal of op papier) een logboek bijhouden. Hij noteert: datum / aantal uren / Registratie / de verrichte werkzaamheden (op basis van welke instructies) handtekening met nummer of handtekening van onder toezicht mentor. 
Luchtvaartwet en de wet luchtvaart We kennen in Nederland de oudere luchtvaartwet uit 1958 (LVW) en de nieuwe Wet Luchtvaart (WLV) uit 1992 . Momenteel zitten we in een overgangsfase, want de EU-wetgeving vervangt stelselmatig de nationale wetgeving. De Wet Luchtvaart is in de plaats gekomen van de Luchtvaartwet. Stap voor stap worden onderdelen van de Luchtvaartwet overgeplaatst naar de Wet Luchtvaart en inmiddels is de Luchtvaartwet al vrijwel geheel vervangen.
MD Maintenance Directive MD NL Maintenance Directive van de Nederlandse Overheid. Alleen verplicht voor ANNEX I zweefvliegtuigen.
MIP

Minimum Inspection Program volgens  Appendices to annex Vb (Part ML). 

Melden defecten De eigenaar is verantwoordelijk voor het melden van een defect aan een vliegtuig, een onderdeel of uitrustingsstuk aan de ILT en de fabrikant. Hierbij gaat het om een defect die de vliegveiligheid (mogelijk) in gevaar kan brengen en gerelateerd is aan het ontwerp van het vliegtuig (referentie AMC20-8). De volgende procedure moet gevolgd worden bij het melden van defecten aan ILT:
  • De eigenaar meldt een defect of gebrek zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 72 uur na ontdekking ervan, schriftelijk aan ILT
  • De melding moet vergezeld gaan van een zo volledig mogelijk beschrijving van hetgeen werd gevonden en een opgave van de overig van belang zijnde gegevens.
  • Indien er sprake is van een ernstig defect of gebrek meldt de eigenaar het ernstig defect of gebrek onmiddellijk aan ILT.
  • De meldingen dienen te worden geadresseerd aan:
  • T.a.v. Analyse Bureau Luchtvaart Postbus 575
  • 2130 AN Hoofddorp
  • E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Een kopie van de incident melding moet door de eigenaar worden opgestuurd naar de Coördinator van het Inspectie Instituut.
Nfl

Nachrichten für Luftfahrer (Duitse OAL). 

  • Nfl II 25‐09 Instandhaltung Xpdr und Höhenmesser (incl. wijziging Nfl II 15‐10)
  • Nfl II 26‐09 Nachprüfung Elektroniek und Statischer system (incl. wijziging Nfl II 16‐10)
  • Nfl II 50‐00 Instandhaltung alterer Luftfahrzeuge, met voorbeeld inspectiestaat
OAL Onderhoudsaanwijzing voor Luchtvaartmaterieel: (Nederlandse, verplichte aanwijzing),voordat EASA bestond. Vervangen door MD
Onderhouds-verklaring Verklaring wanneer het volgende onderhoud moet worden uitgevoerd.
Part 21

Part 21 is een onderdeel van Regulation (EU) No 748/2012 en vermeldt de regels voor luchtwaardigheid en certificering. Onderdelen zijn:

  • Subdeel B: Typecertificaten
  • Subdeel H: bewijzen van luchtwaardigheid en beperkte bewijzen van luchtwaardigheid
  • Subdeel K: Onderdelen en uitrusting
  • Subdeel M: Reparaties
  • Subdeel Q: Identificatie van producten, onderdelen en uitrustingsstukken
  • Aanhangsels: Allerlei formulieren, zoals:
    Form 1 Certificaat van vrijgave; (Authorised Release Certificate. Dit formulier wordt steeds
    meegeleverd bij een nieuw of gereviseerd onderdeel)
    • Form 15c ARC Certificaat van herbeoordeling van de luchtwaardigheid (Airworthiness Review
    Certificate)
    • Form 24 Beperkt bewijs van luchtwaardigheid
    • Form 25 BvL Bewijs van luchtwaardigheid (Airworthiness Certificate)
    • Form 45 Geluidscertificaat
    • Form 53 Certificaat van vrijgave voor gebruik; (Aircraft Certificate of Release to Service)
Part 66

Voorheen JAR 66. Bijlage betreffende trainings- en exameneisen voor onderhouds-personeel. Onderhoudstechnici moeten voldoen aan de Europese standaard die is voorgeschreven door EASA en vastgesteld in de EASA Part 66 regelgeving.

Part 66 L1 of L2 bevoegdheid 

De zweefvliegtechnicus heeft / had een AML A,B en C bevoegdheid. Deze worden momenteel omgezet naar een Part 66 L2 bevoegdheid met beperkingen. Na 1 oktober 2020 zijn er alleen nog Part 66 bevoegdheden. 

Part 66 kent de volgende categorieën: 

  • L1: zweefvliegtuigen
  • L2C: gemotoriseerde composietzweefvliegtuigen en composiet-ELA1-vleugelvliegtuigen
  • L2: gemotoriseerde zweefvliegtuigen en ELA1-vleugelvliegtuigen
  • L1 of L2 (powered sailplanes and ELA1 aeroplanes,). 

Om ook aan de romp van motorzwevers te kunnen werken krijgen AML-A technici een L2 bevoegdheid met beperkingen.  Op de L2 bevoegdheid wordt beschreven welke werkzaamheden je mag uitvoeren. De conversie van AML naar L2 moet aangevraagd worden voor 1oktober 2020. Voor de uitgifte van de L2 bevoegdheden zorgt KIWA. De kosten zijn 180,- euro en de bevoegdheid is dan 5 jaar geldig. 

Part 145 Bijlage II bij verordening (EG) nr. 2042/2003: betreffende erkende onderhoudsbedrijven;
Part-CAO erkenning De Part-M Subpart F erkenning (CAMO KNVvL-erkenning) zal per 24 september 2021 vervallen. Daarvoor is de Part-CAO erkenning (Combined Airworthiness Organisation) voor in de plaats gekomen. Onder een Part-CAO erkenning kunnen de volgende privileges verkregen worden :
  • Uitvoeren van onderhoud aan luchtvaartuigen en onderdelen;
  • Onderhoudsmanagement voor luchtvaartuigen;
  • Airworthiness Review privilege (uitgeven van de ARC EASA Form 15c), en
  • Permit to Fly privilege.
Part M

Verordening (EU) Nr.1321/2014 part M (vroeger JAR-OPS subpart M) onderverdeeld in subdelen (subparts) 

  • A = Algemeen
  • B = Verantwoordingsplicht (Accountability) M.A.201 De eigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud. M.A. 202 Rapportage voorvallen
  • C = Permanente Luchtwaardigheid (Continuing airworthiness) M.A.302 Onderhoudsprogramma
  • D= Onderhoudsnormen (Maintenance standards)
  • E = Onderdelen (Components) bijv. M.A.503 Onderdelen met beperkte levensduur
  • F = Onderhoudsorganisatie
  • G= Management organisatie voor Permanente Luchtwaardigheid
  • H = Bewijs van vrijgave voor gebruik (Certificate of Release to Service)
  • I = Certificaat van Herbeoordeling van luchtwaardigheid van een Luchtvaartuig.

Daarnaasr zijn er bijlagen bij part M.

  • Bijlage appendix VIII  beschrijft het eigenaar / houder onderhoud (Pilot Owner Maintenace).

 

Part ML Part ML (L= Llight Aircraft) Een eenvoudiger regelgeving voor het onderhoud van lichte luchtvaartuigen. Staat in Annex VB bij EU regeling 1321/2014
Piloot eigenaar onderhoudstaken

De piloot eigenaar (met een LAPL(S) of SPL mag aan EASA-vliegtuigen onderhoud verrichten zoals dat omschreven is in het AMP. Dit geldt niet voor bijvoorbeeld Annex 1 vliegtuigen. Nadat het onderhoud is uitgevoerd kan de eigenaar/houder het vliegtuig tot een bepaalde datum, aantal vlieguren of ander interval vrijgeven door een onderhoudsverklaring in te vullen.

De taken die een piloot eigenaar mag doen staan in het onderhoudsprogamma. De piloot-eigenaar mag eenvoudige visuele inspecties of handelingen verrichten als hij daartoe bekwaam is om de algemene staat en normale werking van het casco en van de motoren, systemen en onderdelen na te gaan en deze te controleren op zichtbare schade.

Onderhoudstaken mogen niet door de piloot-eigenaar worden verricht wanneer de taak:

  • Voor de veiligheid van cruciaal belang is, de luchtwaardigheid van het luchtvaartuig nadelig
    zou beïnvloeden bij een incorrecte uitvoering ervan en/of de verwijdering noodzakelijk maakt van hoofdonderdelen of -constructies en/of;
  • Wordt uitgevoerd conform een luchtwaardigheidsrichtlijn of een luchtwaardigheidsbeperking
    (AD’s) en/of;
  • Het gebruik vergt van speciale werktuigen, geijkte gereedschappen (met uitzondering van
    momentsleutels en krimpgereedschap) en/of;
  • Het gebruik vergt van testapparatuur of speciale testen (bijv. niet-destructief onderzoek,
    systeemtests of operationele controles voor avionische apparatuur) en/of;
  • Het uitvoeren van een bijzondere inspectie betreft (b.v. harde landing) en/of;
  • Het uitvoeren van complex onderhoud betreft.

Het uitgevoerde onderhoud moet worden vermeld in het vliegtuiglogboek of op een Workorder. Hierbij moet de eigenaar/houder zijn paraaf en zijn LAPL of SPL nummer vermelden.

Riemen Na 12 jaar vernieuwen, reviseren. De labels op de riemen moeten leesbaar zijn.
Talurit BLA 68-19-00 MAL nr. 16/69 Het gebruik van talurit klemmen is verboden. Het gebruik van stuurkabel doorsnede kleiner dan 3 mm is verboden.
TBO Time Before Overhaul Dus het aantal uren voordat bijvoorbeeld de moter een revisie moet ondergaan. 
TCH

Tyoe Certificaat Houder Een vliegtuig / onderdeel moet voldoen aan de eisen die gesteld worden in het type-certificate. Die staan in de volgende documenten:

  • TCDS = Type Certificate Data Sheet
  • Maintenance manual (kan geregeld vernieuwd worden).
  • De repair manual
  • Service bulletins / Technical notes. Er bestaan technical notes voor een specifiek toestel, maar soms ook voor algemene zaken of voor componenten.

Opvragen van documentatie (bijvoorbeeld voor een 3.000 uurs-inspectie) of alle andere informatie moet gebeuren via de TCH. Normaal gesproken is dat de fabrikant, maar in sommige gevallen kan het type certificate overgenomen worden door een andere organisatie. Voorbeelden:

  • Voor de LS-vliegtuigen (Rolladen-Schneider) werd DG de Type Certificaat Houder
  • Voor de Grob-vliegtuigen Lindner
TM Technische Mitteilungen Mededelingen van de fabrikant betreffende het onderhoud van zweefvliegtuigen.
Verordening

Elke Europese verordening (Europese wet) heeft een nummer en een jaartal. Hieronder zie je een paar. Door de verordening met het nummer en het jaartal in google in te typen, kom je bij de officiële tekst. In plaats van de Verordening en het nummer gebruiken we namen als: Basic Regulation, Initional Airworthiness en Continuing Airwortheniness. Verordeningen weer zijn onderverdeeld in sub-delen (parts), bijlagen (annexes) of bijvoegsels (appendices). Veel van die parts, annexes en appendices kennen we onder een specifieke naam: Part M, Part 66, Part 145.  (zie schema)

Verordening (EU) Nr. 2018/1139

(Basic Regulation)

Verordening (EU) Nr. 2018/1139 Deze verordening betreft de gemeenschappelijke regels over de productie en het onderhoud van luchtvaartuigen, de bemanning van luchtvaartuigen, de luchtvaartterreinen en de luchtverkeersleiding. In deze verordening zijn ook de taken, de bevoegdheden en de organisatie van EASA geregeld en de verordening wordt daarom Basic Regulation genoemd.

Verordening (EU) Nr. 748/2012

(Initial Airworthiness)

Verordening (EU) Nr. 748/2012 (Gaat over de Initial airworthiness). Deze verordening regelt het vaststellen van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties.

Belangrijke onderdelen: 

  • Part 21 Regels voor luchtwaardigheid en certificering
  • CS-22 Eisen waaraan een zweefvliegtuig moet voldoen. 

Verordening (EU) Nr.1321/2014 

(Continuing Airworthiness)

Verordening (EU) Nr.1321/2014  Regeling Continuing Airworthiness

Onderdelen zijn: 

  • Part M (Maintance)  Blijvende luchtwaardigheid: voorschriften betreffende onderhoud en opvolging van de luchtwaardigheid.
  • Part 145 Erkende luchtvaartonderhoudbedrijven,
  • Part 66,
  • Part ML (Light Aircraft) staat in Annex VB bij EU regeling 1321/2014 Voor continuing Airworthiness zijn de regels van PART ML (Annex VB bij EU regeling 1321/2014) van toepassing.
  • Part CAO (Combined Airworthiness Organisation) staat in Annex Vd bij EU-verordening 1321/2014 is o.a. voor afgifte van ARC's 
Vlieghandboek Bij elk zweefvliegtuig hoort een goedgekeurd vlieghandboek. Het vlieghandboek geeft uitleg over het veilig gebruik van het zweefvliegtuig en behoort bij de boorddocumenten.
Vliegtuiglogboek

Het vliegtuiglogboek (Journaal, Aircraft logbook)

De gezagvoerder van een vliegtuig zorgt ervoor dat na afloop van de vlucht (of na afloop van de vluchten van die dag) het journaal (het blauwe boekje) wordt bij gehouden.

Hij vermeldt daarin:

  1. de datum, de plaats en het tijdstip van aanvang en einde van de vlucht;
  2. de duur van de vlucht;
  3. de aard van de vlucht;
  4. de naam en taak van elk lid van het boordpersoneel;
  5. eventuele klachten of defecten en technische storingen, opgelopen schade en verrichte herstellingen die tijdens de vlucht zijn voorgekomen, respectievelijk zijn uitgevoerd;
  6. ongevallen, bijzondere voorvallen en overschrijding van de gestelde gebruiksgrenzen die zich hebben
    voorgedaan

Opmerking: Een vliegtuig moet in een luchtwaardige staat gehouden worden. Een vliegtuig is niet meer luchtwaardig als het beschadigd is of z'n gebruiksgrenzen (die in het vliegtuighandboek staan) heeft overschreden. In het logboek vermeld je een klacht bij een gebrek welke de luchtwaardigheid niet beïnvloedt. Wanneer er in het logboek een defect vermeld wordt, dan is dat een gebrek welke de luchtwaardigheid wél beïnvloedt. Bij een defect is het vliegtuig niet meer inzetbaar. Een defect moet voor de eerstvolgende vlucht worden hersteld. 

Vrijgavedocument Het vrijgavedocument (Aircraft Certificate of Release to Service) is een document dat,  het vliegtuig weer vrijgeeft na een reparatie of modificatie. Het document maakt deel uit van de technische administratie welke zich niet aan boord bevindt.
Wegen zweefvliegtuig Wegen hoeft niet om de 4 of 5 jaar jaar (tenzij de fabrikant dat voorschrijft) maar moet wel na modificaties of reparaties.

Het weegrapport hoort bij de boordpapieren. Het vermeldt het leeggewicht en de ligging van het zwaartepunt. Deze gegevens zijn noodzakelijk om te bepalen of het vliegtuig binnen de gebruiksgrenzen gebruikt wordt. Een vliegtuig moet worden gewogen:

Volgens het onderhoudsprogramma.Na een grote reparatie of modificatie.

Bij het wegen van een vliegtuig moet de volgende procedure worden gevolgd:

De weging moet worden uitgevoerd en vrijgegeven door een bevoegde persoon of organisatie.De weging moet worden uitgevoerd volgens de voorschriften van de fabrikant.De weging moet worden uitgevoerd met gekalibreerde apparatuur.Voor aanvang van de weging moet er gecontroleerd worden of de configuratie van het vliegtuig overeenkomt met de inventarislijst van het vliegtuig.De weging moet worden vastgelegd op een gewichts -en zwaartepuntsrapport.Na de weging moet gecontroleerd worden of de opschriften in de cockpit gewijzigd moeten worden.

Het gewichts -en zwaartepuntsrapport moet worden opgeslagen in de vliegtuigadministratie van het vliegtuig en een kopie van het rapport moet worden opgeslagen bij de boordpapieren.

Workorder

Onderhoud aan een vliegtuig dat de eigenaar niet zelf mag doen, moet de eigenaar uitbesteden aan: een zweefvliegtechnicus met een Part 66 L bevoegheid, een Part 145 organisatie of Part M subpart F organisatie, die een erkenning hebben voor de werkzaamheden die worden uitbesteed.

Na het onderhoud wordt dit vrijgegeven met een Aircraft Certificate of Release to Service met daarop de verrichte werkzaamheden, de gebruikte documentatie en vermelding van de work order. Het vermelden van het repareren van het defect in het vliegtuiglogboek mag beschouwd worden als een werkopdracht.
Nadat het onderhoud is uitgevoerd moet de eigenaar verifiëren dat het onderhoud is uitgevoerd conform de werkopdracht (Workorder). 

STEBZ

Stichting Examens Ballonvaren en Zweefvliegen organiseert de examens voor het SPL en gaat de examens voor technici afnemen via meerkeuze vragen. Je moet per vak een score van 75% halen om te slagen. Kosten €20.- per examenmodule. Een behaalde theoriemodule is 10 jaar geldig. 

Voor iedereen Voor een bepaalde bevoegdheid
1 Basiskennis 4 "Casco"  hout/metalen buizen en textiel
2 Menselijke factoren 6 „Casco metaal”
3 Luchtvaartwetgeving 8 „Motor”
5 "Casco" composiet  
7 „Casco algemeen”  
12 Radio Com/ELT/transponder/instrumenten”  

 

De stofomschrijving voor de onderdelen van het examen staat in: Verordening 2018/1142 en dan vanaf blz. 37.

TCDS Type Certificate Data Sheet
Technische administratie

Bij het vliegtuig hoort de technische administratie, die bestaat uit

  • het vrijgave document
  • overzicht AD's
  • het goedgekeurde onderhoudsprogramma, inspectieoverzicht en de lijst met piloot-eigenaar taken
  • bedijfsgegevenslijst
  • gewichts-en zwaartepuntrapport
  • alle documenten (form 1) die aantonen dat het vliegtuig en alle onderdelen zoals riemen, snelheidsmeter, hoogtemeter en dergelijke voldoen aan de luchtwaardigheidseisen. 

Bewaar termein:

  1. met betrekking tot onderhoud anders dan revisie, wijzigingen of belangrijke herstellingen: twee
    jaar;
  2. met betrekking tot revisies: gedurende de tijd totdat de aantekeningen van voorlaatste en
    laatste revisie beschikbaar zijn;
  3. met betrekking tot wijzigingen en belangrijke herstellingen: tot één jaar is verstreken, nadat het
    luchtvaartuig in het luchtvaartuigregister is doorgehaald; en
  4. met betrekking tot onderdelen met beperkte levensduur: tot één jaar is verstreken na de
    vervanging van het betreffende onderdeel.
Typecertificaat  Het geheel van documenten omvattende alle tekeningen en specificaties benodigd om de configuratie, de eigenschappen van het ontwerp vast te leggen, informatie over materialen, processen en productiemethodieken, luchtwaardigheidsbeperkingen ten behoeve van het onderhoud en alle gegevens die nodig zijn om de luchtwaardigheid en voor zover van toepassing de geluidsproductie vast te stellen van latere producten van het type; 
Weegrapport Het weegrapport geeft de actuele informatie over het gewicht en de zwaartepuntligging. Na een belangrijke reparatie of wijziging dient het rapport opnieuw te worden opgemaakt. Afhankelijk van hetgeen de fabrikant voorschrijft is het rapport maximaal 4 à 5 jaar geldig.
Zweefvliegtuig Een luchtvaartuig met vaste vleugels, niet zijnde een Touring Motor Glider, zwaarder dan lucht dat hoofzakelijk in de lucht kan worden gehouden door aërodynamische reactiekrachten en waarvan de vrije vlucht niet afhankelijk is van een motor. Zweefvliegtuigen worden in Europa gebouwd en gecertificeerd volgens de luchtwaardigheidseisen van EASA. Deze zijn terug te vinden in CS-22 (Certification Specification nummer 22).